Menu

Opinie: Niet iedereen moet in appartementen in woontorens wonen, dat is wat de pers ervan maakt

28 juni 15:50 in De wijk van morgen

Er was de voorbije dagen veel commotie rond uitspraken van de Vlaamse Bouwmeester Leo Van Broeck over de mogelijke fiscale gevolgen van de mobiscore, een tool waarmee mensen zelf kunnen berekenen hoe ecologisch duurzaam hun woning gelegen is. Het begon met een paar telefoontjes van journalisten en het escaleerde tot een twitterstorm en ronkende titels in kranten en op websites. "Men kan gerust spreken van de "vertwittering" van de pers", zegt Van Broeck.

Wat er recent in de pers rond de mobiscore geschreven is, wijst op een evolutie die jaar na jaar toeneemt en die stilaan een politiek probleem aan het worden is: polarisatie, sensatiezucht en een afnemende aandacht voor duiding, diepgang en nuance. Men kan gerust spreken van de “vertwittering” van de pers. Een proces dat op structurele wijze onze democratie aan het uithollen is en dat wat mij betreft de hoofdoorzaak is van het op de spits drijven van de maatschappelijke en politieke tegenstellingen. De pers onderschat in hoge mate hoeveel impact ze heeft gehad op de recente verkiezingsuitslagen. 

Het getoeter rond de Mobiscore wordt dan een ideaal voorbeeld. Alles is begonnen met korte telefooninterviews van een aantal journalisten,  die resulteerden in die typisch polariserende headlines: “Bouwmeester doet voorstel om fiscale gevolgen te koppelen aan mobiscore”. Nadien zijn zowat alle kranten, perskanalen en politici gaan voortbouwen op deze geschreven tweets, zonder dat ooit nog iemand contact opnam met mij.

Dat culmineerde dan in een politieke analyse in een krant – ook zonder te vragen wat ons echt standpunt is – waarin mij verweten werd een foute communicatiestrategie te hebben en zelfs mee verantwoordelijk te zijn voor de verkiezingsuitslagen en het mislukken van de betonstop. 

Wat is er echt gebeurd?

Laten we dan even kijken naar wat er echt gebeurd is. Om te beginnen mag het duidelijk zijn dat ik nergens heb gezegd dat er onmiddellijk fiscaal beleid aan de Mobiscore moet gekoppeld worden, en heb ik zelfs expliciet aan de telefoon gevraagd - toen de journalisten probeerden mij tot zo'n uitspraak te verleiden - dit niet zo te stellen. Wat heb ik dan wel gezegd? 

“De Mobiscore (foto onder) is een permanent monitorend instrument dat burgers én beleid inzicht kan geven in de evolutie van de kwaliteit van een bepaalde locatie met betrekking tot mobiliteit en voorzieningen. Het is een middel om in real time sterktes en zwaktes te meten. Verplaats een Mobipunt en de Mobiscore van alle locaties in de buurt verandert. In tegenstelling tot afbakening (zoals een ruimtelijk structuurplan, dat statisch is en mikt op blijvende rechtszekerheid, met als gevolg nul flexibiliteit en nul actualiteitswaarde) krijg je nu een niet-bindend instrument dat inzicht geeft in een zeer urgente problematiek en dat op termijn zou kunnen gebruikt worden om intelligent sturend beleid te maken. En zo'n instrument kan dan het meeste draagvlak krijgen door eerder gewenst ruimtegebruik te belonen dan ongewenst ruimtegebruik te straffen.“

Toen de journalisten me vroegen welk beleid ik wou, was mijn antwoord dat beleid maken niet mijn taak is. Beleid is een politieke keuze die moet gemaakt worden op basis van doorrekenen en beleidsvoorbereidend werk door de administratie. Het voornaamste nu is om dat instrument te testen, het bij te sturen waar nodig, en het in een eerste fase te laten zorgen voor inzicht en bewustwording. Ik heb het voorbeeld gegeven van de CO2-uitstoot van auto's. Op een zeker moment moesten fabrikanten die uitstoot gaan vermelden op hun technische specificaties. De meetmethode is nadien verschillende keren aangepast om het resultaat dichter bij de werkelijke cijfers te brengen (en dan nog waren er autofabrikanten die sjoemelden). Pas een paar jaar later is de overheid gaan differentiëren in de belasting-aftrekbaarheid in functie van die uitstoot.

Men vroeg me gelijkaardige voorbeelden te geven voor ons ruimtelijk beleid waarop ik antwoordde dat het aantal zoekrichtingen waaruit de overheid later kan kiezen zeer groot is. Ons kadastraal inkomen is door Europa veroordeeld en moeten we sowieso hervormen. Maar het zou ook kunnen met bonussen, energiepremies, met BTW, met een sturing van de gemeentefinanciering, met salariswoningen, en nog vele andere mogelijke instrumenten. Zo zou men de hoogste korting op de kost van openbaar vervoer kunnen toekennen aan de LAAGSTE Mobiscores...

Daarbij heb ik gewezen op het belang om alle mogelijke beleidslijnen op voorhand goed te bestuderen op ongewenste neveneffecten om te voorkomen dat toelages – zoals bijvoorbeeld de woonbonus - niet onmiddellijk verdwijnen in hogere verkoopprijzen en dus niet de bewoners, maar de verkopers ten goede komen. De Mobiscore kan een unieke kans zijn om eindelijk aan het intelligente locatie-gestuurde beleid te beginnen waar Vlaanderen – inclusief het platteland - al een paar decennia op wacht. In Londen gebruikt men met succes een gelijkaardig instrument: het Public Transport Accessibility Level (PTAL).

Onze genuanceerde visie

Dat de pers deze genuanceerde visie heeft veranderd heeft niets te maken met onze communicatie-strategie en alles met haar eigen sensatiezucht die naadloos verder bouwt op de populistische en oppervlakkige communicatie in de sociale media. In drie jaar werking binnen het team-Vlaams Bouwmeester heb ik in de pers bijna constant subtiel vervormde citaten zien opduiken met betrekking tot mijn uitspraken, tot mijn beleid of rond andere maatschappelijke kwesties. 

  • Ik heb gezegd dat we dringend moeten inzetten op kernversterking, zowel in dorpen als in steden, maar ik las nadien in de pers dat ik iedereen wou "deporteren" (nooit gezegd) naar de stad. 
  • Ik heb gezegd, nu we weten hoe schadelijk suburbane verkavelingen zijn voor onze mobiliteit, voor onze open ruimte en voor de overheidskost, dat het crimineel is als lokale besturen nog nieuwe verkavelingsplannen voor vrijstaande woningen zouden bijmaken in het buitengebied; maar ik las nadien in de pers dat vrijstaand bouwen - lees: een burger bouwt vrijstaand - crimineel is. Het was de pers die kritiek op het ruimtelijke beleid veranderde in kritiek op de burger. 
  • Ik heb in verschillende lezingen en publicaties gesproken over hoe belangrijk het is dat we ALLE woonkwaliteiten en woonwensen een plaats moeten kunnen geven in nieuwe verdichtingsmodellen. Dat we de woondromen van de Vlaming serieus moeten nemen, maar heruitvinden in nieuwe woonmodellen, ook in de dorpen. Dat we bijgevolg terug echt kwalitatief landelijk wonen mogelijk moeten maken in dorpskernen die terug echt landelijk worden (lees: omspoeld door landbouw en natuur in plaats van omringd door een zee van verkavelingen en files). Een paar weken later lees ik in een verongelijkte column van Rik Torfs dat de bouwmeester moet stoppen met iedereen dezelfde stedelijke elitaire wooncultuur op te leggen en misschien eens moet beseffen dat sommige mensen ook in een dorp willen gaan wonen... 
  • In 1960 woonde 66% van de mensheid op het platteland, en 33% in steden. Vandaag is dit nog 45% op het platteland en 55% in steden, en die tendens versnelt nog, ook bij ons. Volgens de Vlaamse Regionale Indicatoren hebben de laatste 8 jaar de kleinste gehuchten meer dan 10% van hun bevolking zien vertrekken. Het platteland wordt nu al onvermijdelijk met krimp geconfronteerd. Dat is niet onze "wens" of ons "beleid". Wat wij zeggen is dat men niet blind mag blijven voor wat komen gaat en dringend moet inzetten op ondersteunend plattelandsbeleid en een begeleiding van die krimp, zeker als we onze open ruimte en natuur ooit nog willen redden. We hebben in verschillende studies en instrumenten gewezen op de hoge kwetsbaarheid van het platteland, op verdichting en verappartementisering die mis gaat als ze gebeurt op foute plekken en met gebrek aan kwaliteit. Er is nood aan een nieuw financieringsmodel voor de plattelandsgemeenten, die nu alleen betaald worden op basis van personenbelasting en grondlasten, en die best ook zouden vergoed worden voor de creatie van natuur, open ruimte, waterberging...

    Nadien in de pers - en ook bij een aantal boze plattelandsburgemeesters - lezen dat je het platteland en de stad tegen elkaar opzet, kan dan alleen maar wijzen op de noodzaak dat wij moeten blijven inzetten op de genuanceerde communicatie van de inhoud van onze visie, want de pers kan of wil dat blijkbaar niet. Als je vraagt waarom de plattelandsburgemeesters boos zijn, zwaaien ze steevast met stigmatiserende krantenkoppen, en niet met wat wij écht zeggen of schrijven in onze beleidsnota's. 
  • We hebben studies geciteerd die aantonen dat vrijwel alle maatregelen die nodig zijn meer geld zullen opbrengen dan ze zullen kosten. Daar steevast in de politiek en in de pers het tegendeel over lezen ("het zal allemaal onbetaalbaar zijn") zonder dat die ontkenningen gestaafd worden met cijfers, stemt moedeloos. 
  • We hebben gezegd dat bijna alle gewenste dichtheden kunnen behaald worden met vooral rijwoningen met tuin. Dat appartementen en hoger bouwen enkel nodig zijn om op plekken met hoge grondwaarde plaats te maken voor pleinen, parken en natuur. En toch blijft de pers schrijven dat het onze visie zou zijn dat iedereen in kleine appartementen in torens moet gaan wonen. 
  • Stikstof-Oxide (NOx) van dieselwagens komt vooral voor in steden en langs snelwegen en gewestwegen. Maar fijn stof wordt gelijkmatig gespreid in enorme wolken die langzaam bewegen over heel Vlaanderen. Fijn stof komt dus evenveel voor op het platteland als in de steden. De lucht is qua stof NIET gezonder op den buiten. Iets wat de pers maar niet schijnt op te pakken. Mag ik me hier dan – om te reageren op de burgemeester van Glabbeek – de vraag stellen of deze link juridisch aanvechtbaar beleid is dat, wanneer een regering in lopende zaken is, niet mag getoond worden?

Om niet wanhopig te worden van zoveel journalistieke koppigheid nodig ik bij deze iedereen die nog een mening wil ventileren uit om eerst ons meerjarenplan te lezen, alsook het rapport van het klimaatpanel.

Betaalbaar wonen

In het rapport van het klimaatpanel staat letterlijk dat we maatschappelijk en politiek onmogelijk kunnen verwachten dat mensen zich zorgen maken in het einde van de wereld, zolang er nog een te groot deel van de mensen zich zorgen maken over het einde van de maand. Het is altijd onze stelling geweest dat zolang men niet inzet op draagvlak en herverdeling, men bij elke verkiezing terecht de opgestoken middenvinger zal krijgen van de gele hesjes en van alle anderen die zich financieel en cultureel bedreigd voelen.

In elk van onze beleidslijnen komen we op voor betaalbaar wonen op goede locaties, zowel in de stad als op het platteland. We komen op voor meer inclusief beleid (zowel op het vlak van duurzaamheid als van ruimtelijke ordening). Dan nadien in de pers lezen dat deze sociale genuanceerde visie heeft geleid tot de recente verkiezingsuitslagen is verbazend en wijst nogmaals op blindheid voor haar eigen angstwekkende polarisatie. En die houding tast niet alleen de werking van een bouwmeester aan, maar ook die van politici. Op den duur is iedereen die het goed voor heeft met deze maatschappij, elke politicus of beleidsmaker die de moed heeft om een kat een kat te noemen, de problemen en diagnoses scherp te stellen en die op zoek gaat naar haalbare oplossingen, onmiddellijk de Kop van Jut.

Men verliest dan meer tijd met door de pers veroorzaakte damage control dan met goed bestuur. Politieke moed lijdt in toenemende mate aan de angst voor door de pers aangezwengelde electorale schade. En dat staat haaks op wat nodig is: meer politieke moed dan ooit. Om het ecosysteem te redden en van de files af te geraken moeten we verdichten èn 25% van ons grondgebied omzetten in beschermde natuur. We hebben maar 6%, dus 19% te kort: het gaat over 257.000 hectare natuur die deels moet komen van de landbouw, deels van lege ambachtelijke zones en deels van uitgewoonde linten, ontharding en ontsnippering van de meest verafgelegen verkrotte leegstand. Gewoon omdat het in stand houden van het status quo echt onverantwoord is, onbetaalbaar duur gaat zijn en zeer schadelijk voor ons milieu, ons klimaat, onze gezondheid, onze mobiliteit en onze economie. 

De burger, sociale media en journalistiek

Dat de gemiddelde burger sterk beïnvloed wordt door de tsunami van twitterberichten en bagger in de sociale media, door de polariserende simplificaties en "sterke" krantenkoppen kan ik nog enigszins begrijpen.  Maar dat deskundige journalisten en hoofdredacteurs mee springen in het crescendo van de simplificaties vind ik een gevaarlijke evolutie. Is het niet vooral de pers die plaats maakt voor klimaatnegationisten, voor kortzichtige perceptiecultuur en voor gebrek aan diepgang? Op die manier is de hoogste urgentie, de instorting van het globale ecosysteem en destabilisering van het klimaat én van de economie door een meedogenloos destructieve groei die niet alleen de natuur maar ook veel kwetsbare mensen achterlaat, compleet uit beeld verdwenen.

Hoe zou dat nu komen...?  

Bron: www.vrt.be

Auteur: Leo Van Broeck

Foto: vrt

Bekijk grote versie van deze afbeelding

0 reacties