Menu

Circulaire materialen lopen in kringen, behalve als ze even een rustpauze houden

13 augustus 17:49 in De wijk van morgen

De essentie van de circulaire economie is dat materialen en producten nooit meer afval worden, maar blijvend gebruikt worden in diverse kringlopen. Materialen moeten bewegen in die kringen, maar soms hebben ze ook even een rustmomentje nodig. Ook bij circulair bouwen willen we deze lijn …euh cirkel doortrekken. Wanneer gebouwen gesloopt of gerenoveerd worden, moeten aanwezige materialen en producten hergebruikt of tenminste gerecycleerd kunnen worden. Dit kan door het uitvoeren van een audit waarin opgelijst wordt welke materiaaloogst er te rapen valt. En net zoals in de landbouw, moet er voor (een deel van) deze materiaaloogst ook een opslagplaats voorzien worden: de Materiaal Uitwisselings Platformen (MUPs).

Deze platformen zijn bedoeld om uit gebouwen gerecupereerde materialen uit te kunnen wisselen tussen verschillende actoren. De eerste stap is het correct oogsten. Via een oogstaudit kan bekeken worden wat er uit een gebouw kan komen en hoe dit moet gebeuren:

  1. Eerst gebeurt een evaluatie van het potentieel voor hergebruik van materialen en producten (wat). Sommige items zullen niet geschikt zijn om uitgewisseld te worden, denk bijvoorbeeld aan asbesthoudende materialen.
  2. Daarna moet bekeken worden welke oogsttechnieken gebruikt kunnen worden om de materialen en producten zo goed mogelijk te behouden (hoe).
  3. Bij de audit kan ook al gezocht worden naar mogelijke kopers/gebruikers. Zo kunnen sommige items al rechtstreeks naar de locatie voor een volgend gebruik getransporteerd worden.

Nadat de wat en hoe in kaart gebracht zijn, kan de oogst beginnen. Voor er fysiek aan de slag wordt gegaan, is het noodzakelijk om een goed plan van aanpak te. Hierbij kan het interessant en soms noodzakelijk zijn om een analyse te maken van de omgeving en welk effect dit zal hebben op de werken. Parallel moet ook gekeken worden hoe andere bouwactiviteiten op de werf zullen of kunnen gebeuren en of er nuttige synergiën te maken zijn.

Het is utopisch te denken dat de gehele oogst direct in andere projecten gebruikt kan worden. Net daarom zijn de MUPs belangrijk: het zijn hubs waar deze tijdelijk opgeslagen en later door geïnteresseerden opgehaald kan worden. Deze worden gekoppeld aan een online platform dat fungeert als een soort ’eBay’ van hergebruikte bouwmaterialen. Ook een puur online variant is mogelijk, waarbij de opslag ofwel bij de betrokken bouwpartijen zelf gebeurt ofwel de spullen rechtstreeks van werf naar werf verhuizen.

Het opzetten van MUPs is precies wat wij met Kamp C binnen het CHARM project gaan doen. Tijdens de vorige partnermeeting eind juli hebben we hiervoor inspiratie gehaald uit al bestaande gelijkaardige initiatieven. Hieronder volgt een beknopt overzicht van deze en enkele andere relevante organisaties.

 Backacia is een Franse startup die een marktplaats heeft voor de bouwmaterialen en daarnaast ook advies geeft. Ze werken onder andere voor de stad Parijs waar ze een demoproject ondersteunen: een gebouw met de typologie van een gebouw dat vaak gesloopt wordt in de stad, wordt door hen geanalyseerd. Backacia adviseert hierbij zowel de stad als de aannemer om te kijken wat de mogelijkheden zijn. Zij gaan ook de lessen van deze demo capteren om  in andere projecten te kunnen toepassen.

 International Synergies is een internationale speler die met hun Synergie 4.0 op maat gemaakte databases en een platform voor resourcebeheer aanbieden. Met deze tools helpen ze organisaties bij het efficiënt identificeren van mogelijkheden voor hergebruik van middelen. Hun focus is ook gericht op industriële symbiose en niet uitsluitend op de bouwsector. Naast ICT middelen bieden ze ook advies aan: ze geven hulp bij implementeren van methodologieën en ze ondersteunen workshops om symbiose te creëren. Zo hebben ze ook onze Noorderburen geholpen om van Zeeland een hotspot te maken voor industriële symbiose.

 In eigen land vinden we Werflink, een initiatief van Besix en Confederatie Bouw. De gekozen naam is bij deze wel heel toepasselijk. Werflink wil allerlei werven en bouwbedrijven met elkaar in verbinding brengen en zorgen voor het delen, verhuren, verkopen, uitlenen en ruilen van materieel, (rest)materialen, vrachtruimte en faciliteiten met collega-bouwbedrijven. Zo worden niet alleen materiaal en producten effectiever gebruikt, maar worden ook andere middelen efficiënter ingezet: win-win dus. In zweden vinden we het gelijkaardige Looprocks, een initiatief dat gestart is vanuit NCC om inefficiëntie en verlies van materialen tegen te gaan.

 Ook Rotor Deconstruction is een Belgische pionier in dit thema. Zij willen op allerlei manieren hergebruik van bouwmaterialen faciliteren. Zij zorgen voor zowel het ontmantelen, conditioneren en verkopen van materialen. Verder geven ze ook advies aan bouwheren, aannemers en architecten. Ze ontwikkelen ook nieuwe manieren om gebruikte materialen te behandelen zodat ze weer hergebruikt kunnen worden. Rotor Deconstruction is ook initiatiefnemer van Opalis.be, een online inventaris van de professionele sector in geoogste bouwmaterialen rond Brussel.

Bekijk grote versie van deze afbeelding

0 reacties