Menu

Full House - Cohousing met Ecologische insteek

13 september 16:55 in De wijk van morgen
In Zingem werd een oude hoeve met indrukwekkende binnentuin verbouwd tot een cohousing-project van zeven energiezuinige woningen. De ecologische voetafdruk van het project is klein, ondanks de vele voeten in het huis – 14 volwassenen en 17 kinderen. ‘We hebben voor hetzelfde geld gewoon veel meer gekregen.’

 

Op een zonnige namiddag is het druk in de binnentuin van Hof Ter Beemt in Zingem. Kinderen lopen af en aan, er wordt gepingpongd en gekeuveld. ‘Vooral in de zomer is er veel interactie tussen de bewoners, op vrijdag ontstaat spontaan een aperitiefmoment in de tuin’, zegt Peter Depauw, bewoner en initiatiefnemer van het project. ‘Voor de kinderen is het hier een speelparadijs. En zo hoeven wij onze kinderen net wat minder in de gaten te houden (lacht). Ze entertainen elkaar.’

VALLENDE DAKPANNEN

Hof Ter Beemt spreekt met zijn 6.000 m2 oppervlakte, uitgestrekte binnentuin, moestuin, zwemvijver en privétuinen tot de verbeelding. Het project werd genomineerd voor de Erfgoedprijs 2019 dat architecturale schoonheid biedt, maar ook verschillende actuele pijnpunten aansnijdt. Erfgoed werd op een interessante manier herbestemd, de renovatie gebeurde met een ecologische insteek en het perceel is een voorbeeld van verdichting in een dorpskern – een idee waar Vlaams Bouwmeester Leo Van Broeck al enkele jaren op hamert.

 

‘Toen we hier een eerste keer langskwamen, was dit een complete bouwval’, zegt Peter Depauw. ‘Bij de minste windstoot vielen dakpannen naar beneden. Het was dan ook een herenboerderij uit het bouwjaar 1700. Op haar hoogdagen, rond 1850, werd het binnenplein volledig ontsloten door toevoeging van een extra volume en kwam er een jeneverstokerij. Na de Eerste Wereldoorlog trok hier een adellijke familie in, van 1945 tot 1975 was het een thuisbasis voor de scouts. Daarna heeft het pand nog verschillende functies gehad. Zes jaar geleden zijn we hier samen met een ander gezin een kijkje komen nemen. We waren in eerste instantie op zoek naar een boerderij in de omgeving van Gent, rond Laarne. Deze boerderij lag eigenlijk te ver én was te duur.’ Toch deed vooral de binnentuin alle aanwezige harten sneller slaan. En dus overwogen Peter en Elke cohousing met het andere geïnteresseerde koppel. ‘Uiteindelijk heeft dat gezin niet meegedaan, maar door hen werd wel duidelijk dat we dit project samen met anderen konden dragen. Er zijn zo’n honderd kandidaat-gezinnen gepasseerd. Voor een cohousing moeten best wat puzzelstukken in elkaar passen: budget, timing, filosofie. Het is belangrijk dat het klikt.’

VLOER VAN KAASPLANKEN

In Zingem heeft het duidelijk geklikt, zowel tussen de bewoners als met de twee architectenbureaus die werden ingeschakeld: Anno Architecten, gespecialiseerd in erfgoed, en MVC Architecten, met duurzaam bouwen als stokpaardje. Ook het Agentschap Onroerend Erfgoed was vrij snel mee, waardoor de periode van prille start tot vergunning slechts een jaar in beslag nam. Daarna werd twee jaar verbouwd. ‘We hebben Erfgoed als een partner bekeken en niet als vijand.’

Eigenlijk werden van het gebouw enkel de muren en de houten spanten behouden. Belangrijk voor het Agentschap Onroerend Erfgoed is dat de oorspronkelijk functies afleesbaar blijven. Wanneer we bij Peter Depauw binnenstappen, valt op dat de open structuur van het voormalige koetshuis werd behouden. Op het gelijkvloers bevinden zich de keuken en leefruimte, de tv-kamer ligt een verdieping samen met de slaapkamers hoger, vlak onder het dak tussen het spant.

Alle bewoners kozen voor ecologisch verantwoorde materialen. ‘Sommige gezinnen gingen voor een houtskelet, velen opteerden voor traditionele kalktechnieken en leempleisters’, zegt Peter. ‘Ik heb gekozen voor een cementarme vloeropbouw die bestaat uit een laag schelpen. De muren zijn geïsoleerd met een laag van twintig centimeter kalk en hennep. Dat is ecologisch en energiezuinig. We opteerden ook voor schapenwol, vlaswol, houtwol en kurk in plaats van chemische isolatiematerialen.’

De kalkglanspleister in de badkamer en het bezetsel van witte leem in de slaapkamers dragen bij tot de authenticiteit van het pand. ‘Het voordeel is dat je dat zelf kunt aanbrengen. De vloeren op de eerste verdieping zijn trouwens van oude kaasplanken gemaakt.’

ELK HUISJE ZIJN KRUISJE

De kennis van al die natuurlijke materialen komt grotendeels van een andere bewoner, Dries Hubrechts. Hij werkt voor Eurabo, een groothandel in bio-ecologische bouwmaterialen. In de woning van Dries – de voormalige hoevewoning van de boerderij – werden de verschillende oorspronkelijke vloertegels gered en opnieuw gelegd volgens het oude patroon. Zo blijft het DNA van iedere kamer bewaard. ‘Er bevindt zich hier een schat’, zegt Dries Hubrechts wanneer we naar de keuken wandelen. Boven de schouw opent hij een wit deurtje, waarop een schilderij van een kruisbeeld verschijnt. ‘Mijn lief vond dat maar luguber, maar ik wilde het houden. Met Pasen zetten we het luik open (lacht).’

In de woning van Liesbeth Janssens, die samen met haar man het houtskeletbouwbedrijf LAB15 runt, voel je de structuur van de houtschuur. Je wandelt langs de keuken binnen, waar een granito vloer ligt en de twee tegenoverliggende muren volledig uit een houtskelet met grote ramen zijn vervaardigd. Het is op het vlak van dimensies een vreemde, maar interessante ruimte. Vierkant, even hoog als breed. De woonkamer ligt een verdieping hoger, als een mezzanine, de andere kamers liggen achterin.

In iedere woning wordt erfgoed gecombineerd met een frisse inrichting van licht hout, pasteltoetsen en planten. Vooral de woning van Sophie Van den Eynde meet zich die stijl aan. Het maakt de woning lichter en helderder. Doordat alle woningen in een gelijkaardige stijl zijn aangekleed, ontstaat een visuele eenheid.

Alle units worden via een warmtenet verwarmd door één centrale, ecologische pelletketel, regenwater wordt bewust intensief ingezet. Bij Peter komt er uit alle kranen regenwater. Zo is er één kraan voor drinkwater, waar het regenwater extra gefilterd wordt.

SAMEN BETAALBAAR

Om dit grootse project te realiseren, moesten verschillende gezinnen de stap wagen om samen op één terrein te leven. Daar lijken ze hier alvast geen spijt van te hebben. De bewoners delen een visie, het aantal gemeenschappelijke werkdagen in de tuin wordt beperkt en er is voldoende ruimte om elkaar privacy en rust te gunnen. Iedereen heeft een stuk privétuin en achter de woningen strekt zich een oude fruitboomgaard uit. Voorbij de tuin niets dan velden en rust. ‘Door het principe van cohousing hebben wij voor hetzelfde geld gewoon veel meer gekregen’, zegt Peter. ‘Een zwemvijver had ik niet op mijn eentje kunnen dragen.’ Laat staan al die ruimte. Of aperitiefmomenten.

 

Bron:  www.standaard.be

Auteur: Ringo Gomez-Jorgengo

Datum: 7 september 2019 

Foto: © Ringo Gomez-Jorgengo

Bekijk grote versie van deze afbeelding

0 reacties