Menu

Museum als stedelijk ensemble: Naturalis Biodiversity Center Leiden door Neutelings Riedijk Architecten

13 februari 13:10 in De wijk van morgen

Museum als stedelijk ensemble: Naturalis Biodiversity Center Leiden door Neutelings Riedijk Architecten

In Leiden heeft Neutelings Riedijk Architecten het Naturalis Biodiversity Center volledig vernieuwd. Aan het bestaande gebouw is een nieuwbouw met negen museumzalen toegevoegd. Meest opvallend is het centrale atrium dat oud en nieuw bij elkaar brengt. Dat heeft geresulteerd in een integraal ensemble waarbij onderzoek, collectieverzorging en educatie samenkomen in één instituut.

Verschillende musea in Nederland staan voor de opgave om zich binnen een bestaande stedenbouwkundige context te ontwikkelen tot laagdrempelige, publieke instituten. Centraal staat telkens de belevingswaarde van de bezoeker. Ook het Naturalis Biodiversity Center Leiden kwam in 2010 voor deze uitdaging te staan. Het museum aan de noordwestelijke rand van de stad groeide uit zijn jas en was toe aan vernieuwing.

Kenmerkend voor het bestaande gebouw, ruim twintig jaar geleden ontworpen door Fons Verheijen (VVKH Architecten), zijn de collectietoren met een hoogte van 62 meter en het neutrale interieur. Door de fusie van het Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, het Nationaal Herbarium Nederland en het Zoölogisch Museum Amsterdam bleek een uitbreiding van het gebouw hoognodig. De collectie is verviervoudigd tot 42 miljoen artefacten. Bovendien was het Rijksvastgoedbedrijf van plan om het vrijstaande entreegebouw aan de overzijde van de Darwinweg te verkopen. Dat vroeg om meer werkplekken, extra depots en een herziening van de interne routing.

Na een Europese aanbesteding kreeg Neutelings Riedijk Architecten in 2013 de opdracht voor een vernieuwing van het museum gegund. Het Rotterdamse bureau kwam met het plan om de museumzalen van het oude gebouw te transformeren tot een kwadrant van vier depots die autonoom functioneren met optimale klimaatcondities voor de collectie. In dit wetenschappelijke bouwdeel zijn eveneens de kantoren en laboratoria voor ruim achthonderd medewerkers gevestigd. Aan de noordzijde voegt het bureau een nieuwbouw toe waar alle publieksruimten van het instituut zijn gevestigd.

In 2015 tekende Fons Verheijen bezwaar aan tegen de ingrijpende verbouwing van zijn ontwerp. Naturalis besloot echter om de voorgenomen verbouwing voort te zetten, waarna Verheijen een rechtszaak aanspande. Begin 2017 oordeelde de rechter dat de bouw stilgelegd diende te worden, omdat uitvoering van de plannen inbreuk maakte op het auteursrecht van de architect. Voor een definitieve beslissing wenste de rechtbank nader geïnformeerd te worden, maar tot een uitspraak is het nooit gekomen. Om substantiële schade te voorkomen hebben de partijen een schikking getroffen, waarna Naturalis het bouwproces weer kon oppakken.

Monumentaal atrium

Nu staat er een stedelijk ensemble dat zich daadwerkelijk als een museum presenteert naar de buitenwereld. Verbindende schakel tussen oud en nieuw is het atrium. Vanuit deze centrale ruimte zijn zowel de museumzalen, het restaurant en de winkel als de kantoren, laboratoria en depots ontsloten. Eikenhouten trappen leiden als bergpaden omhoog langs de roodkleurige tentoonstellingszalen van Iraans travertinsteen. Door de verticale oriëntatie krijgt het atrium een monumentale uitstraling. Grote, cirkelvormige ramen geven de ruimte een extra imposant karakter en zorgen voor een spannend spel van licht en schaduw op de ruwe wanden van de

Horizontale banden over de gevels van de tentoonstellingszalen versterken de monumentaliteit van het atrium. Deze betonnen friezen zijn ingevuld met driedimensionale reliëfsculpturen van modeontwerpster Iris van Herpen. Zij liet zich inspireren door de erosiedetails die door de jaren heen in rotsen zijn ontstaan. Dankzij het mengsel van gezandstraald beton met een toeslag van klein korrelig wit marmeraggregaat krijgen de panelen een zijdezachte glans en nodigen ze uit tot aanraken.

Door de afwisseling tussen de horizontale reliëfsculpturen en de natuurstenen blokken ontstaat het idee dat de zalen uit aardlagen zijn opgebouwd. Samen vormen ze een rots als de verbeelding van moeder aarde, zoals Michiel Riedijk het omschrijft. Al langslopend kunnen bezoekers de fossiele en kristallen structuren in het travertin herkennen. Op deze manier geeft niet alleen de collectie, maar ook de architectuur inzicht in het leven van vroeger.

Donkere binnenwereld

Op de drie expositielagen zijn telkens drie zalen ondergebracht. Deze hebben elk een vrije overspanning van 21 meter met variërende hoogten tussen de zes en twaalf meter. Dat maakt het nu mogelijk om ook een Camarasaurus, oftewel langnekdino, in het museum tentoon te stellen. Voor Naturalis was dat een langgekoesterde wens.

De grote overspanningen zijn gemaakt met een betonnen constructie. Op elke verdieping bevinden zich twee facilitaire kernen tussen de zalen. Samen met de kopgevels aan de oostelijke en westelijke zijde van het gebouw vormen deze de draagconstructie van de zalen. De verspringende gevels zijn als uitkragende delen aan deze kopgevels opgehangen. Op het maaiveld gaat de constructie vervolgens over in V-kolommen.

Binnen deze constructie heeft het instituut de vrijheid om de zalen naar eigen inzicht in te richten. Het museum heeft daarnaast de flexibiliteit om de ruimten onderling met elkaar te schakelen. In het huidige ontwerp van Kossmann.dejong is gekozen voor een donkere binnenwereld die bezoekers onderdompelt in een andere tijd. Het bureau benut daarbij niet de mogelijkheid om strijklicht via de noordgevel naar binnen te laten vallen. Dat zou voor toekomstige exposities nog een spannende toegevoegde waarde kunnen zijn.

Publiek instituut

Ondanks de concentratie die in het museum wordt opgeroepen bij de bezoekers, weet het vernieuwde gebouw een duidelijke plek op te eisen in de stad. Vanuit de trein vormt de nieuwe gevel een belangrijk herkenningspunt als je Leiden binnenrijdt. Deze maakt nieuwsgierig en daagt uit tot een bezoek aan dit industriële stadsdeel.

Dat sluit aan bij de wens van de opdrachtgever om een open instituut te maken dat voor iedereen toegankelijk is. De stedenbouwkundige verankering en het verrassende atrium articuleren deze functie op heldere wijze. Zo kan het museum een hedendaags publiek trekken om een relevant verhaal te blijven vertellen over het verleden.

Neutelings Riedijk Architecten stond voor de opgave om een museaal ensemble op het Science Park te realiseren. Met de nieuwbouw van het Naturalis Biodiversity Center Leiden voegt het Rotterdamse bureau een opvallend gebouw toe aan haar oeuvre. Door de ornamentele gevels en het expressieve materiaalgebruik hebben de architecten een opvallend publiek gebaar toegevoegd aan het bestaande gebouw van Fons Verheijen. Zo krijgt het natuurhistorische instituut een nieuwe betekenis voor de komende generaties.

Projectgegevens

Opdrachtgever Naturalis Biodiversity Center Leiden
Ontwerp Neutelings Riedijk Architecten
Medewerkers Michiel Riedijk, Willem Jan Neutelings, Frank Beelen, Kenny Tang, Guillem Colomer Fontanet, Jolien Van Bever, Inés Escauriaza Otazua, Marie Brabcová, Cynthia Deckers
Adviseur bouwkundig ontwerp ABT BV Ingenieursbureau
Adviseur constructie Aronsohn Raadgevende Ingenieurs
Adviseurs installaties E&W Huisman en van Muijen
Adviseur bouwfysica DGMR Raadgevende Ingenieurs
Adviseur bouwkosten IGG / Bointon de Groot
Aannemer J.P. van Eesteren
Interieurarchitect publieke delen Neutelings Riedijk Architecten
Interieurarchitect kantoren Hollandse Nieuwe
Stedenbouwkundig ontwerp Studio Hartzema
Landschapsarchitect H+N+S, Amersfoort
Beeldend kunstenaar betonreliëf Iris van Herpen
Beeldend kunstenaar grafiek Studio Tord Boontje
Maquette Archimpact
Bruto vloeroppervlakte 38.000 m2 (20.000 m2 nieuwbouw en 18.000 m2 renovatie bestaande gebouwen)
Programma museum (17.000 m2), kantoren en depots (18.000 m2), laboratoria (3.000 m2)
Aanvang ontwerpproces maart 2013
Aanvang bouw januari 2017
Oplevering mei 2019
Ingebruikname augustus 2019

Bron: www.dearchitect.nl

Auteur: Marieke Giele

Datum: 10/02/2020

0 reacties