Menu

Edith Wouters: 'De mythe van de 'black box' van de kwaliteitsbeoordeling'

10 juli 07:57 in De wijk van morgen

Edith Wouters: 'De mythe van de 'black box' van de kwaliteitsbeoordeling'

Architectura.be stelde de vraag hoe wenselijk het is dat architecten zich in een Gecoro of kwaliteitskamer moeten uitspreken over de kwaliteit van het ontwerp en of dit niet de deur openzet voor belangenvermenging. Edith Wouters - artistiek coördinator van AR-TUR, het centrum voor architectuur, stedelijkheid en landschap in de Kempen - kroop daarop in haar pen.

Architectura.be werkt aan een podcast over dit thema. We hebben professor Tom Coppens (UA) al naar de studio gehaald en willen hier in augustus nog meer interviews rond afnemen. Wilt u graag uw mening delen? Laat het ons weten!

DE MYTHE VAN DE ‘BLACK BOX’ VAN DE KWALITEITSBEOORDELING

Het beoordelen van ruimtelijke kwaliteit maakt de tongen los dezer dagen, of het nu om architectuurwedstrijden voor publieke projecten zoals het MUHKA of over private projecten gaat. Het lijkt wel of het beoordelen van kwaliteit in een mysterieuze ‘black box’ gebeurt.

Het ene kwaliteitsorgaan is het andere niet. Naast de Gecoro springen kwaliteitskamers en adviesraden zoals de IOE-A[1] als paddenstoelen uit de grond. Ondergetekende heeft het soms twijfelachtige geluk achter de schermen van meerdere van deze adviesraden te hebben kunnen kijken. Ze kon in levenden lijve ervaren hoe adviezen tot stand komen en in hoeverre ze op vruchtbare grond vallen of in welke mate belangen spelen.

Laten we beginnen met de Gecoro die een door de VCRO (Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening) verplichte adviesraad is. De Gecoro is bedoeld als brug tussen lokaal bestuur en de (maatschappelijke geledingen van de) bevolking, en dit vooral op planologisch vlak.[2] De samenstelling van de Gecoro is wettelijk bepaald. Enkele deskundigen vullen de maatschappelijke geledingen aan. Het gaat om een groep met diverse expertises, niet enkel op het vlak van ruimtelijke ordening of architectuur, maar ook juristen of dergelijke. In essentie is er geen sprake van een eenzijdig beoordelen van een architectuurproject door een concullega.

Dat neemt niet weg dat er wel degelijk sprake kan zijn van belangenvermenging. Deskundigen of zelfs de voorzitter van de Gecoro zijn meer dan eens lokaal actief als ontwerper. Er is dan op zijn minst een risico op belangenvermenging, alle goede bedoelingen ten spijt. Anderzijds biedt net de combinatie van kennis van de lokale ruimtelijke context en de inbedding in het lokale sociale netwerk kansen voor de lokale actoren om gezamenlijk kwaliteit te bewerkstelligen. Met de juiste mensen die het eigen belang kunnen overstijgen aan tafel kan dat zelfs goed werken. Zoals steeds is het een kwestie van checks-and-balances. Want naast belangenvermenging zijn er ook andere aandachtspunten.

Waar de focus van de Gecoro op het stedenbouwkundige niveau ligt, kan de kwaliteitskamer zich op de architectuurkwaliteit richten. De kwaliteitskamer mist het maatschappelijke draagvlak dat zo kenmerkend is voor de Gecoro. Zij heeft ook geen algemene juridische grondslag, zoals de GECORO die heeft.[3] De communicatie tussen kwaliteitskamer en GECORO en tussen adviesraden zoals de IOE-A, als die al aanwezig zijn, is in elk geval cruciaal.

Ik zag over de verschillende beleidsperiodes heen de focus van de Gecoro wijzigen. Aanvankelijk betroffen adviezen vooral de ruimtelijke ordening op schaal van de gemeente in het kader van de opmaak van Gemeentelijke Ruimtelijke Structuurplannen en RUP’s, zoals die voor zonevreemde bebouwing. Ondertussen werd het systeem van structuurplanning vervangen door beleidsplanning, ook op gemeentelijk niveau en werken we aan kernversterking en ruimtelijk rendement. Vele gemeentes hebben nog geen duidelijke beleidsvisie op maat van de huidige uitdagingen op het vlak van kernversterking. Vaak worstelen ze met vergunningsaanvragen voor meergezinswoningen. Dat maakt dat er in gemeentes zonder kwaliteitskamer in de Gecoro een verschuiving is naar het beoordelen van grotere architecturale gehelen in de dorps- of stadskern, vaak zonder dat daar een goed stedenbouwkundig en landschappelijk vooronderzoek aan ten grondslag ligt. Al te vaak gaat het om terreinen die waardevol zijn voor waterretentie, biodiversiteit of als groene vinger in de dorpskern. En dan ligt er opeens een uitgewerkt architectuurproject voor de neus van de adviescommissie dat de draagkracht van de site overstijgt en waarvoor geen duidelijke omgevingsvisie bestaat. Hoe kan je dit dan grondig beoordelen?

Het beoordelen van een concreet project gebeurt best in fasen – van de stedenbouwkundige visie tot het uitgewerkte architectuurproject – , met de juiste actoren aan tafel. Een goede beoordeling kan maar plaatsvinden binnen de contouren van een duidelijk ruimtelijk kader, waarin de argumenten van een kwaliteitsadviesorgaan kunnen worden ingebed. Alleen dan kan een degelijke kwaliteitsdialoog op projectniveau op gang komen. De deelname van experten, dus ook ontwerpers, is essentieel om projecten te doorgronden en het gesprek te voeren. Een deontologische code, waarbinnen het gesprek in de commissies plaatsvindt, is van belang om belangenverstrengeling en de schijn ervan zoveel mogelijk te beperken. Dit alles doet een beroep op de verantwoordelijkheid van de lokale of regionale besturen die deze adviesraden organiseren.

Gecoro’s en andere adviesraden hebben absoluut hun meerwaarde mits ze correct worden ingezet in een holistische benadering. Ontwerpers en andere deskundigen kunnen door hun praktijkervaring en hun deelname aan Gecoro’s of andere adviesraden leemtes en kansen detecteren en benoemen die de ruimtelijke kwaliteit ten goede kunnen komen. Door die betrokkenheid kunnen we blijven werken aan een transparante kwaliteitsdialoog om zo te komen tot ruimtelijke kwaliteit op het terrein.

Edith Wouters is artistiek coördinator van AR-TUR, het centrum voor architectuur, stedelijkheid en landschap in de Kempen. Ze heeft een ervaring van 20 jaar in de architectuurpraktijk en is sinds het ontstaan van het adviesorgaan deskundig lid van Gecoro’s in diverse gemeentes. In het Kempenlab Dorpsarchitectuur onderzoekt AR-TUR aspecten van goede dorpsarchitectuur en hoe instrumenten kunnen worden ingezet om ruimtelijke kwaliteit te bekomen. AR-TUR werkt momenteel samen met het Streekplatform Kempen aan de opzet van een ruimtelijk en architecturaal kwaliteitsplatform voor de regio.

 

[1] Intergemeentelijke Onroerend Erfgoed-Adviesraad

[2] Uit: Leidraad voor de GECORO, Vanden Broele, Brugge/Genval, 2019.

[3] Uit: Leidraad voor de GECORO, Vanden Broele, Brugge/Genval, 2019.

datum: 9 juli 2020

bron: architectura.be

Bekijk grote versie van deze afbeelding

0 reacties